Kiezen en Verbinden: Algemene beschouwingen 2011
Algemeen
In het eerste jaar van deze 4 jarige periode bestuursperiode na de verkiezingen staat het bestuur van Midden Delfland direct voor een flinke uitdaging. We weten al langer dat de economie het moeilijk heeft, maar de afgelopen jaren waren de effecten op de financiën van de gemeente, en daarmee op de uitvoering van het beleid, nog niet direct voelbaar. Dat loopt daar een eindje op achter. De komende periode is dat nadrukkelijk anders, de beschikbare financiën lopen terug en het wordt lastig om tot sluitende begrotingen te komen en gelijktijdig ook de ambities overeind te houden met betrekking tot het te voeren beleid.
We voorzien bovendien dat de teruglopende middelen voor onze gemeente geen incidentele dip betreft van enkele jaren. Ook als de economie zich herstelt dan zal het effect op de financiën voor de gemeente nog jaren merkbaar zijn. In het regeerakkoord is aangekondigd dat de koppeling tussen de uitkering aan de gemeente en de uitgaven door het rijk weer van kracht wordt. De uitkeringen aan de gemeente zijn daardoor rechtstreeks gekoppeld aan de bezuinigingsplannen van de rijksoverheid. Bovendien behoort onze gemeente door de systematiek bij het toekennen van de uitkering uit het gemeentefonds tot de 70 gemeenten met de laagste uitkering. We moeten er daarom op rekenen dat er minstens zeven magere jaren voor ons liggen. Maatregelen om op een goede manier om te gaan met de lagere beschikbaarheid van middelen zullen dan ook een structureel karakter moeten hebben.
Ondanks het voorgaande gaat deze algemene beschouwing niet voornamelijk over bezuinigen en terugdraaien van ambities. Met dank aan onze voorgangers, in het bijzonder wethouder van den Berg, voor hun solide beleid waarin het rentmeesterschap van het CDA altijd goed herkenbaar is geweest, kunnen we gelukkig constateren dat we vanuit een gezonde positie deze lastige periode ingaan. De voorzieningen zoals scholen, bestratingen, groenvoorzieningen, zorg- en ouderenvoorzieningen en sportaccommodaties zijn op orde en de financiële positie van onze gemeente is goed. Midden Delfland behoort daarmee ook op dit punt tot een vrij selecte groep van gemeenten. Het is nog steeds mogelijk om naast onze kerntaken aandacht en geld vrij te maken voor aanvullende opgaven. Meer dan in het verleden zal dat echter vanuit een gezamenlijke verantwoordelijk worden benaderd.
Serieus aandacht geven aan de huidige financiële omstandigheden hebben we samen met onze coalitiepartners al gedaan in het coalitieakkoord. Wij stelden voor de rol van de gemeente te wijzigen van initiatiefnemer en trekker van projecten naar het mogelijk maken en ondersteunen van initiatieven van derden die passen binnen de visie van de gemeente. We stelden ook voor om ambitieuze plannen nog eens kritisch tegen het licht te houden en ons meer te concentreren op de kerntaken van de gemeente. Het CDA constateert met tevredenheid dat het college deze lijn heeft overgenomen in haar voorstellen voor de komende jaren. Aanscherping daarin is echter nog wel mogelijk. Daar gaan deze algemene beschouwingen ook over.
Van het CDA mag u verwachten dat we bij lastige keuzes het welzijn van de inwoners van onze gemeente voorop zullen stellen en daarnaast prioriteit geven aan duurzaamheid. Om het heel concreet te maken; wij vinden zaken zoals het welzijn van de ouderen, de participatie van zwakkeren en de opleiding van de jeugd belangrijker dan nieuwe bestrating of een extra poort naar Midden Delfland en bij alles wat we doen willen we wel de lusten maar niet de lasten doorschuiven naar de komende generaties.
Om onze reactie goed en eenvoudig te kunnen vergelijken met de voorstellen van het college; Programmabegroting 2011 - 2014 van september 2010 is onze reactie opgebouwd conform de Programmabegroting.
1. Missie
Het CDA onderschrijft de missie zoals verwoord in de programmabegroting. De afgelopen jaren is er veel gedaan om het beleid op orde te brengen. Voor de dorpen hebben we wel behoefte aan een meer concrete toekomstlijn zodat aan de uitvoering van Vitale dorpen wordt gewerkt. De structuurvisie moet daarvoor een stevige basis bieden. Dat levert dan ook meetbare doelen op. Bij de uitvoering gaan we uit van gespreide verantwoordelijkheden: de gemeente neemt haar verantwoordelijkheden maar ook inwoners en bedrijven dragen bij aan de vitaliteit van de dorpen.
In het landelijk gebied zijn we volop met de uitvoering bezig. De gemeente Midden- Delfland zal daarbij in onze visie meer dan nu het geval is faciliteren; het initiatief zal voor een belangrijk deel bij derden vandaan komen. Daarvan zijn de afgelopen periode enkele goede voorbeelden te zien zoals Op Hodenpijl, kamperen bij de boer en de resultaten van het Groenfonds Midden-Delfland. Dat geldt overigens niet voor de initiatieven om tot een duurzame landbouw te komen; daar is het nog gewenst dat de gemeente samen met anderen werkt aan beleidsontwikkeling en uitvoering.
De zorg voor - en de ondersteuning van de inwoners van Midden Delfland willen we onverkort handhaven en waar mogelijk daarbij een slag maken om de dienstverlening verder te optimaliseren en nog efficiënter te maken.
2. Beleidsaccenten
In aansluiting op de missie en met aandacht voor het accent dat we daarin willen leggen stemmen we in hoofdzaak in met de beleidsaccenten.
Wij beschouwen de volgorde waarin de beleidsaccenten zijn beschreven daarbij niet als de volgorde in prioriteit, de diverse onderdelen zijn in beginsel gelijkwaardig en het leggen van (tijdelijke) accenten is mogelijk.
Enkele in de programmabegroting genoemde punten lichten we er in deze beschouwing al uit omdat wij ze representatief vinden voor de plannen en de afwegingen die de komende tijd gemaakt moeten worden.
3. Financieel meerjarenbeleid
Het financieel meerjarenbeleid is voornamelijk het resultaat van keuzes over de inhoud van de diverse programma's. Onze reactie op de voorstellen daarover in de programmabegroting komen verderop in deze algemene beschouwingen aan de orde. Vooruitlopend daarop lichten we er vast een paar hoofdzaken uit.
We onderschrijven de hoofdlijn die in deze paragraaf is neergezet. Wij ondersteunen het voorstel van het college om een belangrijk deel van de financiële bezuinigingen te zoeken binnen de "eigen" kosten van college, raad en ambtelijk apparaat. Dat past binnen het beginsel "slimmer met minder" dat we ook in het coalitieakkoord hebben verwoord. Wat ons daarbij opvalt, is dat er veel invulling is gegeven aan het "minder"; in totaal gaat dat om een ombuiging van circa 1 miljoen, maar minder invulling is gegeven aan "slimmer". Wij stellen voor de totale ombuiging te handhaven maar niet te korten op de secundaire arbeidsvoorwaarden (en zo nodig het budget zelfs te verhogen) ten behoeve van opleidingen, omscholing en andere secundaire arbeidsvoorwaarden die verband houden met de kwaliteit en de doelmatige inzet van het apparaat. Een doelmatige inzet en een stijgende efficiëntie moeten in de plaats komen van de opmerking dat besparingen alleen mogelijk zijn als taken worden geschrapt. Wij signaleren met zorg dat het percentage verzuim, zowel kort als lang verzuim, hoog is. Een actief beleid op dit punt is wenselijk en ook vanuit die optiek lijkt ons een verlaging van het budget voor de secundaire arbeidsvoorwaarden niet wenselijk.
We signaleren dat de aandacht vooral gericht is op de jaarlijkse begrotingen en minder op de reserves en (grond)exploitaties. Tot voor enkele jaren was dat een verklaarbare keuze omdat de stand van de reserves en exploitaties zeer goed was. Dat is de komende periode geen vanzelfsprekendheid. De gemeente staat er nog steeds goed voor op het punt van reserves, maar de exploitaties staan onder druk vanwege de teruglopende bouwactiviteiten en kunnen (tijdelijk) een negatieve invloed krijgen op de reserves. Wij pleiten er voor om nadrukkelijker dan voorheen bij de afwegingen ook steeds naar de effecten op de reserves van de gemeente te kijken. Voor ons is dit gegeven ook een bevestiging dat we financiële problemen in de komende jaren niet op willen lossen door een aanvulling (dotatie) uit de reserves. Onze doelstelling is dat de reserves eind 2013 minimaal op hetzelfde niveau zijn als begin 2010.
4. Financiële structuur
Het college vermeldt in haar programmabegroting dat de financiële structuur van de gemeente voldoende is en dat de financiële positie van de gemeente solide is. Wij onderschrijven deze conclusie maar constateerden in de voorgaande alinea al dat dit niet vanzelfsprekend zo blijft. De aangekondigde nota over risicomanagement zien wij met grote belangstelling tegemoet. Wij respecteren de rol van het college als uitvoerend orgaan, maar om voldoende sturing te kunnen geven vanuit de raad is het noodzakelijk dat er meer inzicht is in de uitgaven van de gemeente, de risico's en vooral ook de maatregelen om die risico's te beheersen en te beperken. Wij willen met het college overleggen of sturing en informatie op programma niveau het meest doelmatig is of dat in sommige gevallen sturing en informatie op een niveau dieper beter aansluit bij de uitdagingen waar we gezamenlijk voor staan. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de post bestuursondersteuning of inzicht in de uitvoering van vitale dorpen en de kosten daarvan.
5. Programma's
In de programma's geeft het college weer wat haar doelen en de daarvoor benodigde middelen zijn voor de komende periode. Wij hebben bij de programma's de volgende opmerkingen.
5.1 Vitale dorpen en Midden Delfland 2025
De afgelopen jaren is er op het onderwerp "vitale dorpen" al veel bereikt. We noemen in dit verband de realisatie van nieuwe woonwijken zoals Look-West en de Commandeur, het Koningin Julianaplein met het nieuwe gezondheidscentrum, de nieuwe kunstgrasvelden voor alle voetbalverenigingen, de nieuwe schoolgebouwen en vooral de onlangs geopende lokalen van de Jozefschool met starters- en seniorenwoningen is een mooi voorbeeld van het beleid "vitale dorpen".
De visie uit Behoud door Ontwikkeling is nog actueel; het komende jaar behoeft er daarom weinig aan beleidsvorming te worden gedaan. Het is wel van groot belang om de uitvoering voort te zetten en waar nodig op te pakken. Dit programma geeft nu alleen de concrete acties weer voor het buitengebied en niet die voor de dorpen omdat die in andere programma's staan. Om als raad goed te kunnen sturen en onze prioriteiten te bepalen willen we graag hier een samenhangend geheel van die plannen zien. Voorbeelden van concrete plannen zijn het centrumplan Den Hoorn en de combinatie van zorg en winkelvoorzieningen op de locatie van het Spreeuwennest in Maasland. Daarom stelt de CDA fractie voor dat bij de begroting van volgend jaar in dit hoofdstuk een programma van uitvoering is opgenomen.
Bij de voorbereiding en uitvoering van concrete projecten spelen de inwoners een belangrijke rol. Projecten zullen in goed overleg en in goede samenwerking tot stand moeten komen. Midden Delfland is een vitale gemeente met levende gemeenschappen. Het is er goed wonen, werken en recreëren. Er zijn voorzieningen voor jong en oud, sterke sociale verbanden en een rijk verenigingsleven. Veel inwoners zetten zich in als vrijwilliger bij sport- en muziekverenigingen, bij scouting en andere welzijn- en culturele organisaties. Zij zijn het cement van onze samenleving en geven invulling aan wat we in het CDA programma hebben beschreven als "gespreide verantwoordelijkheden". De inzet van de verenigingen, organisaties en individuele inwoners is ook de komende jaren van belang voor het realiseren van projecten.
De inbreng en de plannen van ondernemers zijn van belang voor een sterke gemeente. Aan de gemeente is het om hen te faciliteren, maar wel zodanig dat er een evenwicht blijft tussen wonen, werken en recreëren, tussen economische en groene functies. Bij ondernemen denken we onder andere aan bedrijvigheid in de dorpen, aan de moderne glastuinbouwgebieden en aan de boeren als dragers van het landschap. Om de functies en bedrijvigheid in het buitengebied te faciliteren en te sturen wordt de komende jaren een nieuw bestemmingsplan opgesteld voor het gehele buitengebied.
Er staan veel projecten op stapel in het kader van het Landschap Ontwikkelings Perspectief Midden Delfland 2025 (LOP). Het CDA onderschrijft het maatschappelijke belang van een landschap met een hoge kwaliteit. Een landschap waarin natuurwaarden, economische activiteiten en belevingswaarden in samenhang en op een duurzame wijze een plaats hebben. Wij onderschrijven ook dat de projecten vanuit het LOP zoveel als mogelijk worden ondergebracht in de activiteiten vanuit de Hof van Delfland. In onze visie betekent dat ook dat de kosten van het realiseren van de plannen inclusief de kosten van de ambtelijke inzet door de betrokken partijen gezamenlijk worden gedragen. Het is daarbij overigens logisch dat de gemeente Midden Delfland zich specifiek inzet voor een grondinstrument en voor de pilot "duurzaam boeren in Midden Delfland". Het duurzaam boeren sluit volledig aan bij het rentmeesterschap dat het CDA zo belangrijk vindt. De voorstellen om de stad en het landelijk gebied te verbinden door middel van het realiseren van een aantal poorten is prima. Wij zien daarbij voor de gemeente vooral een rol als ondersteuner van initiatieven van derden en niet, zoals het college voorstelt, een rol als stimulator. Daarvoor is de menskracht niet beschikbaar.
Het slopen van verspreid liggende glastuinbouwbedrijven is uit oogpunt van de landschappelijke kwaliteit en de duurzame ontwikkeling van de glastuinbouw een goede zaak. Het past bij de gemeente Midden Delfland om trekker van dit project te zijn. Het is ook gelukt om voor dit programma veel geld binnen te halen en ook als gemeente financieren we stevig mee. Voor de toekomst vinden we dit genoeg en als er meer geld noodzakelijk is moet dat door anderen opgebracht worden. Wij zijn wel bereid om mee te denken over oplossingen in de sfeer van "ruimte voor ruimte" voor gevallen waar de financiële middelen ontbreken en er wel een aanzienlijke winst te behalen valt voor het landschap en/of de tuinbouw.
5.2 Bestuur en veiligheid
Een herkenbaar en toegankelijk bestuur is van groot belang voor het doelmatig functioneren van dit bestuur en haar ambtelijk apparaat. Het betrekken van belanghebbenden bij het opstellen en uitvoeren van plannen vindt het CDA noodzakelijk. Wij stimuleren de inbreng van inwoners bij plannen van het gemeentebestuur en vragen het college daar een pro - actief beleid in te voeren. Wij beseffen dat het bevorderen van participatie van inwoners op korte termijn tot extra ambtelijke inzet kan leiden maar dat zal zich op langere termijn zeker terugverdienen door een betere kwaliteit van plannen en minder problemen bij de uitvoering. Wij constateren dat de bestuursondersteuning een aanzienlijk bedrag aan personele kosten met zich mee brengt en dat dit bedrag ondanks de voorgestelde korting op de personele kosten de komende jaren blijft stijgen. Wij zijn van mening dat dit geen wenselijke situatie is en willen graag, op basis van nadere informatie, met het college overleggen op welke wijze deze kosten beperkt kunnen worden.
Veiligheid en openbare orde zijn onderwerpen die veel mensen raken en waarover breed in de samenleving zorgen bestaan. In verhouding tot de ons omringende steden en gemeenten is de problematiek redelijk beperkt en overzichtelijk maar dat betekent niet dat Midden Delfland geen actie behoeft te ondernemen. Wij zien het "Actieprogramma veiligheid en handhaving 2011 - 2012" met veel belangstelling tegemoet. De door het college voorgestelde bezuiniging van 30.000 euro op toezicht APV is voor het CDA niet vanzelfsprekend; wij willen eerst meer inzicht in de gevolgen.
5.3 Beheer, verkeer en milieu
Het is van belang om de openbare ruimte goed te onderhouden en daarbij een niveau van beheer en onderhoud aan te houden waarbij geen problemen naar de toekomst worden doorgeschoven. De afgelopen jaren zijn op dit punt belangrijke stappen gezet en veel projecten gerealiseerd zoals uitvoering van het groenbeleidsplan, de uitvoering van de nota kunstwerken waardoor onze bruggen in goede staat zijn, de beheerplannen openbaar groen voor de kernen en het OV plan.
De doelstelling bij de wegen om in 2013 voor 93 % van alle wegen een beeldkwaliteit op niveau A en B te realiseren stellen wij ter discussie. Uiteraard willen we geen concessies doen op het punt van veiligheid en zeker niet op doorgaande fietsroutes voor scholieren. We denken daarbij aan beschadigd wegdek, ongelijke ligging van trottoirs en dergelijke. Wat betreft gebruik van bestratings materiaal zien wij mogelijkheden om met behoud van kwaliteit extra besparingen te realiseren. In de achterliggende periode was het gebruikelijk om alle oude materialen te vervangen door nieuwe materialen, ook als de oude materialen technisch niet versleten waren. Wij stellen voor om de komende jaren niet meer vanzelfsprekend nieuw materiaal te gebruiken maar uit te gaan van hergebruik voor zover dat technisch verantwoord is. Wij verwachten dat daarmee een besparing van meer dan de voorgestelde 150.000 euro mogelijk is, waardoor in andere programma's de voorgestelde besparing geringer kan zijn.
Wij onderschrijven de wens om milieuvriendelijke verlichting aan te brengen en ook op andere punten veel aandacht te geven aan milieuvriendelijke oplossingen, maar we vragen daarbij wel dat te doen op basis van een goede analyse van de terugverdientijd. Een toepasbare graadmeter daarvoor, gezien de huidige schaarste aan financiële middelen, is dat de terugverdientijd niet langer is dan 8 jaar. Dit betekent dat de (extra) investering binnen 8 jaar terugverdiend kan worden door lagere exploitatiekosten en daarmee dus per saldo geen extra druk legt op de beschikbare middelen over de komende twee perioden van 4 jaar.
Het openbaar groen is een van de visitekaartjes van de gemeente. In een gemeente als Midden Delfland, die de kwaliteit van de woonomgeving van groot belang vindt, geldt dat in het bijzonder. Bij bezuinigingen ontkomen we er niet aan om ook kritisch naar de kosten van het beheer en onderhoud van de groenvoorzieningen te kijken. We stemmen in met de voorstellen van het college op dit onderwerp, maar we stellen voor om periodiek te monitoren of de bezuinigingen op het groenonderhoud tot een onevenredige stijging van vandalisme, zwerfvuil en\of andere problemen leidt. Indien dat blijkt moet er ruimte zijn om het beleid bij te stellen. Wij stemmen in met de omvorming van de (weg)beplanting die in uitvoering en voorbereiding is, maar we vragen daarbij wel aandacht voor de beheerskosten.
Met betrekking tot het beleidsveld verkeer vragen wij bijzondere aandacht voor de planvorming rond de N 468. De komende periode moeten plannen opgesteld worden voor het afwaarderen van deze weg en in combinatie daarmee voor het overnemen van beheer en onderhoud van de weg door de gemeente. Wij onderkennen dat er waarschijnlijk meer mogelijkheden zijn om de weg verkeersluw te maken en daarmee het doorgaande verkeer door de dorpen Schipluiden en Maasland te beperken, als beheer en onderhoud wordt overgenomen van de provincie. Wij staan echter op het standpunt dat dit alleen kan als de kosten van beheer en onderhoud "eeuwigdurend" door de provincie worden vergoed en de weg in een goede staat van onderhoud wordt overgedragen. Voorts vragen wij het college te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om lokale ondernemers ontheffing te geven van de aslastbeperkingen op de N 468.
5.4 Onderwijs
Goed onderwijs is van groot belang en krijgt van het CDA evenals in voorgaande jaren daarom terecht veel aandacht. In de achterliggende jaren zijn veel voorzieningen, zoals de schoolgebouwen, op een goed peil gebracht. De komende jaren is er op dat punt geen grote inspanning meer noodzakelijk. Uiteraard moet wel worden voorkomen dat er achterstallig onderhoud gaat optreden en dat zaken zoals luchtkwaliteit in de lokalen goed op orde zijn.
Wij beseffen dat ook het onderwijs geraakt zal worden door de noodzakelijke bezuinigingen maar wij hebben bezwaar tegen het afschaffen van het budget voor lokaal onderwijsbeleid. Wij stellen voor de bezuiniging hierop te beperken tot de eerder voorgestelde 10% voor het komende jaar. Daarmee ontstaat de noodzaak om voor de langere termijn elders een bedrag van circa 250.000 extra te bezuinigen. Wij denken daarbij aan extra korting op onderhoud van wegen door meer hergebruik van materialen toe te passen en we denken daarbij ook aan de kosten van sport en het bibliotheekwerk.
5.5 Welzijn en Wet Maatschappelijke Ondersteuning
Wij onderschrijven van harte de ambitie dat iedere inwoner volwaardig deelnemer kan zijn aan de samenleving en zien met belangstelling de evaluatie van het beleidsplan WMO tegemoet. De activiteiten die de afgelopen jaren zijn gestart en vooral de servicepunten voor mantelzorgers en voor vrijwilligers geven een goede invulling aan het realiseren van de ambitie. Het CDA is verheugd dat het budget voor de Stichting Welzijn, ondanks de bezuinigingen, is verhoogd. De Stichting kan zo de begeleiding bij de maatschappelijke stages op een goede manier voortzetten en tevens het nieuwe initiatief voor respijtzorg, ter verlichting van mantelzorgers, verder vorm geven.
Sportvoorzieningen en deelname aan sport zijn, evenals culturele verenigingen en maatschappelijke organisaties van groot belang. Zowel voor de gezondheid en het welzijn van de deelnemers als voor de samenhang binnen de gemeente. Het CDA wil daar graag in blijven investeren. Dat neemt niet weg dat ook deze sectoren geraakt worden door bezuinigingen en daar een bijdrage aan moeten leveren; wat het CDA betreft vanuit het beginsel van gespreide verantwoordelijkheid. Bij de veldsportverenigingen zien wij daartoe goede mogelijkheden in relatie tot het zelfbeheer van voorzieningen. Wij willen dit voortvarend oppakken zodat al eerder dan in 2013 de stijging van de kosten kan worden omgezet in een daling.
Het voorstel om met ingang van 2013 de subsidies voor kunst, zang, toneel en muziek met 20.000 euro te korten willen eerst nader bespreken waarbij ons uitgangspunt is dat lokale initiatieven zoveel als mogelijk worden ontzien.
Het voorgaande is ook van toepassing op het bibliotheekwerk. Wij onderschrijven het belang maar stellen voor ook hier een taakstellende korting van 10 % op te nemen en met het bestuur van de bibliotheek in overleg te treden op welke wijze met minder middelen de dienstverlening in stand kan blijven. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door ook hier de inzet van vrijwilligers te bevorderen.
5.6 Economische- en sociale zaken
Het versterken van de gebiedskwaliteiten is een belangrijke doelstelling en de duurzaamheid van de melkveehouderij neemt daarbinnen een bijzondere plaats in. Wij onderschrijven de activiteiten die daarvoor worden ondernomen, zoals het stimuleren van duurzame kringlopen.
Ook het verbeteren van de contacten met - en de dienstverlening aan het bedrijfsleven en de samenwerking met organisaties zoals "Groen goud" zijn van belang.
Wij zien geen aanleiding om aanpassing of uitbreiding van de activiteiten voor te stellen.
Op langere termijn blijft ons streven om minder afhankelijk te worden van dividenden, maar op korte termijn zou dit een te sterke toename van bezuinigingen vragen. Wij steunen derhalve het voorstel van het college om de dividenden voorlopig nog aan te wenden om een sluitende begroting te krijgen.
Inwoners die niet in staat zijn zelfstandig in hun inkomen te voorzien moeten daarin geholpen worden. Uiteraard bij voorkeur zodanig dat ze op zo kort mogelijke termijn weer zelfstandig verder kunnen. Wij onderschrijven daarom de doelstelling om door het aanbieden van ondersteuningstrajecten het aantal cliënten terug te brengen. Gezien de te verwachten kortingen van rijkswege en de economische omstandigheden verwachten wij echter dat het verminderen van het aantal cliënten moeilijk realiseerbaar zal zijn. De komende jaren zullen er naar verwachting meer mensen in de financiële problemen komen en daarmee zal ook vaker een verzoek om ondersteuning aan de gemeente worden gedaan. Overigens ligt dat geheel buiten de invloedssfeer van het gemeentebestuur maar stellen wij wel voor rekening te houden met meer trajecten.
5.7 Ruimtelijke ordening, ontwikkeling en volkshuisvesting
Voor het voeren van beleid, zowel wat betreft ontwikkelingsgericht beleid als restrictief beleid is het noodzakelijk om te beschikken over actuele bestemmingsplannen. Wij onderschrijven de noodzaak van het opstellen van een integraal bestemmingsplan voor het gehele buitengebied.
De recent vastgestelde woonvisie is terecht de basis voor de woningbouwplannen voor de komende jaren. Wij onderschrijven die visie en de conclusies t.a.v. de betaalbare starterwoningen, woningen voor jonge gezinnen, koopgarantwoningen en levensloopbestendige woningen voor senioren. Vooral in de kern Schipluiden komt er op de locatie van het huidige gemeentehuis een kans om de ambities van de woonvisie uit te voeren. Ook het centrum van Den Hoorn en de locatie van het voormalige Spreeuwennest in Maasland bieden goede mogelijkheden voor woningen, geclusterd of beschermd, voor senioren, omdat alle voorzieningen op korte afstand bereikbaar zijn. We gaan er van uit dat de structuurvisie voor de kernen en de daaruit voortvloeiende uitwerkingsplannen op korte termijn naar de raad komen.
Voor een tweetal projecten vragen wij bijzondere aandacht. Het centrumplan Den Hoorn zal opnieuw een planvormingtraject moeten doorlopen en inclusief de benodigde tijd voor realisatie zal het nog geruime tijd duren voordat de huidige problemen zijn opgelost. Wij stellen voor op korte termijn de parkeerproblemen op te lossen door het afbreken van enkele aangekochte huizen in het centrum en daar (tijdelijke) parkeervoorzieningen aan te leggen.
Een ander project betreft de invulling van het gebied bij Veldesteijn in Maasland waar voorheen een basisschool stond. Wij zijn van mening dat dit in combinatie met de reeds aanwezige seniorenhuisvesting in de Singelhof en het nieuwe winkelcentrum een prima locatie is voor een combinatie van zorgvoorzieningen, woningen en winkels.
In de grondexploitaties gaat het om grote bedragen. Eerder in onze algemene beschouwingen hebben wij daar al opmerkingen over gemaakt. Wij zien de noodzaak voor de gemeente om grondbeleid te voeren maar pleiten ook voor terughoudendheid bij het starten van nieuwe exploitaties. Dat kan alleen na een zeer grondige risico analyse waaruit blijkt dat de risico's in een juiste verhouding staan tot de maatschappelijke noodzaak om een exploitatie te starten.
De inhoudelijke communicatie met de raad over lopende en nieuwe grondexploitaties is in het algemeen beperkt omdat deze vertrouwelijke informatie bevat. Wij hebben daar begrip voor, maar willen gezien het grote belang voor de financiële positie van de gemeente toch meer betrokken worden bij afwegingen en strategie. Afgelopen week is wat het CDA betreft een eerste goede aanzet geweest. Wij verzoeken het college om op dat punt met voorstellen te komen die de transparantie verhogen, ook wat betreft de personele kosten die verband houden met de exploitaties. Een voorbeeld van een exploitatie met een groot financieel belang en ook een grote maatschappelijke belangstelling is de Maaslandse Dam. Wij vinden het van groot belang om de besluitvorming hierover raadsbreed plaats te laten vinden.
6. Resumé.
Wij hebben waardering voor het beleid, inclusief het financiële beleid, dat door het college is beschreven in de programmabegroting 2011 - 2014. Dit is in hoofdzaak in lijn met het coalitie akkoord en ook met de uitgangspunten van het CDA over goed rentmeesterschap en zorg voor de zwakkeren in onze samenleving.
Het is goed dat we volop doorgaan met Vitale dorpen en de gebiedsvisie Midden-Delfland ® 2025. Dat de komende jaren de financiën een stuk minder zijn en er dus ook op deze terreinen minder geld beschikbaar is wil niet zeggen dat we niet vasthouden aan onze doelstellingen. Wel zal er meer door derden geïnvesteerd moeten worden en zullen we zuiniger moeten zijn maar gelukkig zien we ook de investeringen door inwoners en bedrijven toenemen.
In deze begroting heeft u een fors pakket met bezuinigingsmaatregelen opgenomen. Wij vinden dit pakket, behoudens enkele eerder genoemde punten, evenwichtig. Door de raad te betrekken bij de bezuinigingen middels een begrotingsbrief in het voorjaar hebben we sturing kunnen geven aan deze bezuinigingen.
Eén bezuiniging willen we beslist anders en dat betreft het schrappen van het budget voor lokaalonderwijsbeleid met ingang van 2013. We vinden dit geen verstandige bezuiniging. Omdat het volledig schrappen van dit budget pas over twee jaar plaats vindt is er nog tijd om naar alternatieven te zoeken. We willen de toezegging van het college dat zij volgend jaar met alternatieve bezuinigingsvoorstellen zal komen. Als speerpunt voor de korte termijn willen we meer parkeermogelijkheden in het centrum van Den Hoorn. Dit als signaal naar de inwoners van Den Hoorn dat we de ontwikkelingen daadwerkelijk op gang willen brengen.
Wij zien met belangstelling het overleg met het college en met alle partijen in de raad tegemoet. In de lijn van het overleg in de raadsvergadering zoals dat de afgelopen periode is gevoerd verwachten wij een open en constructieve bespreking. Tot slot willen wij het college en de ambtenaren bedanken voor het werk van het afgelopen jaar en we zien uit naar een goede samenwerking in het komende jaar.
